De zaak betreft een geschil tussen [eiseres sub 1] c.s. en [gedaagde] over onrechtmatige uitlatingen na het beëindigen van een samenwerkingsovereenkomst. [gedaagde] had werkzaamheden verricht voor [eiseres sub 1], maar de samenwerking eindigde en er ontstond een conflict over onbetaalde facturen en bonussen. [gedaagde] verspreidde vervolgens e-mails naar klanten, toezichthouders en derden met negatieve en onvolledige informatie over de financiële situatie van [eiseres sub 1] c.s.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze uitlatingen onrechtmatig waren omdat ze onjuiste indrukken wekten, onvoldoende onderbouwd waren en vooral dienden om druk uit te oefenen op [eiseres sub 1] c.s. om betaling af te dwingen. Ook het gebruik van het klantenbestand na beëindiging van de samenwerking en het dreigen met verdere verspreiding van schadelijke informatie werd als onrechtmatig beoordeeld.
De rechter verbood [gedaagde] om dergelijke uitlatingen te doen en om contact te zoeken met bestuurders en aandeelhouders van [eiseres sub 1] c.s. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld het klantenbestand te verwijderen en een overzicht te geven van benaderde personen. Aan het vonnis werd een dwangsom verbonden om naleving af te dwingen. De proceskosten werden aan [gedaagde] opgelegd.