Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden nadat eiseres verweerder op 16 augustus 2022 in gebreke had gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hoewel verweerder een langere termijn van tien weken heeft verzocht vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen, acht de rechtbank deze termijn in dit geval niet passend en stelt zij de termijn op twee weken na verzending van de uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier S. Westerhof op 2 maart 2023, zonder zitting. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.