ECLI:NL:RBMNE:2023:106
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting winkel en magazijn op grond van de Opiumwet wegens drugs en wapens
Verzoekster exploiteert een winkel met magazijn die op grond van de Opiumwet door de burgemeester voor zes maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid van hard- en softdrugs, wapens en alcoholhoudende dranken zonder vergunning.
De burgemeester baseerde de sluiting op artikel 13b Opiumwet en het Damoclesbeleid, waarbij verzwarende omstandigheden werden aangevoerd. Verzoekster betwistte de handelshoeveelheden en de noodzaak van een sluiting van zes maanden, en stelde dat de belangenafweging ontbrak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting vanwege de aantoonbare handelshoeveelheden drugs en de aanwezigheid van wapens. Echter, de motivering van de noodzaak en verzwarende omstandigheden was onvoldoende en er ontbrak een kenbare belangenafweging.
Gezien de zware impact van de sluiting en het ontbreken van een belangenafweging, gaf de voorzieningenrechter verzoekster gelijk en schorste het besluit tot aan de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van het pand wordt geschorst tot aan de beslissing op bezwaar.