Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn van twaalf weken, die geldt vanwege de betrokken adviescommissie, is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen tien weken een besluit moet nemen en wijst een dwangsom toe van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij verdere overschrijding. Verweerder had om een langere termijn verzocht vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen, wat door de rechtbank wordt erkend als een bijzonder geval.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€418,50) en het betaalde griffierecht (€50). De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en legt de termijn vast waarbinnen het alsnog moet gebeuren.