Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Hoewel zij het beroep te vroeg indiende, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels is verstreken en er nog geen besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijn heeft overschreden en draagt op dat alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet worden genomen. Verweerder had om een langere termijn van tien weken verzocht, maar de rechtbank bepaalt een vaste termijn van twaalf weken voor dergelijke zaken. Omdat deze termijn reeds is verstreken, geldt nu de standaard termijn van twee weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442,-. Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend aan eiseres. Een integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.