Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van verzoeker van 14 februari 2023;
- de schriftelijke reactie van mr. H.M.M. Steenberghe van 20 februari 2023.
- verzoeker;
- mr. H.M.M. Steenberghe.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in lopende zaken vanwege vermeende vooringenomenheid, gebaseerd op eerdere beslissingen en de aanwijzing van een deskundige met hoge kosten. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro, waarbij onpartijdigheid centraal staat.
De kamer overweegt dat wraking niet dient als verkapt rechtsmiddel en dat onvrede over inhoudelijke beslissingen niet leidt tot een gegronde wraking. Afstemming tussen rechters over soortgelijke zaken met dezelfde partijen leidt niet tot vooringenomenheid. Er zijn geen objectieve feiten of omstandigheden die de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer concludeert dat de rechter onpartijdig is en verklaart het wrakingsverzoek ongegrond. De lopende procedures worden voortgezet in de stand waarin zij waren bij de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.