Verzoekster, vertegenwoordigd door haar advocaat en twee personen, diende een wrakingsverzoek in tegen rechter M.J. Smit naar aanleiding van een digitale zitting via Teams over een faillissementsaanvraag. Tijdens de zitting maakte een vertegenwoordiger opnamen omdat het beeld van de rechter stil stond. De rechter gaf aan dat opnamen niet toegestaan zijn en sprak de wens uit de ruimte te verlaten vanwege gebrek aan vertrouwen.
De wrakingskamer onderzocht of de rechterlijke onpartijdigheid door dit gedrag schade zou lijden. Er werd vastgesteld dat geen persoonlijke vooringenomenheid was gesteld of gebleken. De opmerking van de rechter werd niet als een bevel gezien en het maken van opnamen was in strijd met de huisregels van de rechtbank.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechter niet vooringenomen was en ook niet de schijn daarvan had gewekt. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is onherroepelijk.