Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
Onderhuur
3.Het geschil en de beoordeling daarvan
de vorderingen van [eisers] en de onderbouwing daarvan
793,--
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder van een bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] heeft sinds mei 2021 een huurachterstand opgebouwd van € 19.740,-- tot en met maart 2023. Daarnaast heeft hij zijn onderneming sinds mei 2022 gestaakt, het gehuurde onderverhuurd zonder toestemming en het pand onbehoorlijk gebruikt door huisraad op het dak te plaatsen.
De verhuurders, opvolgers van de oorspronkelijke verhuurder, stelden de huurder bij brief in gebreke en vorderden ontruiming, betaling van achterstallige huur, contractuele boetes en incassokosten. De huurder verscheen in persoon en betwistte onder meer de hoogte van de boetes en het ontbreken van toestemming voor onderverhuur.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand voldoende aannemelijk was en dat de huurovereenkomst ontbonden kon worden wegens wanbetaling. De ontruiming werd bevolen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom werd afgewezen vanwege het faillissement van de huurder. De contractuele boetes werden deels toegewezen: voor huurachterstand, staken onderneming en onbehoorlijk gebruik, maar niet voor onderverhuur vanwege aannemelijke toestemming van de vorige verhuurder.
De huurder werd veroordeeld tot betaling van € 27.800,-- aan boetes, € 19.740,-- aan achterstallige huur, incassokosten van € 1.153,92 en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur, contractuele boetes en incassokosten.