ECLI:NL:RBMNE:2023:1179
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in gemeente
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 999.000 per 1 januari 2020, en stelt dat deze te hoog is. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde gemeente.
De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar voldoende vergelijkbare woningen heeft gebruikt en of rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen. De rechtbank concludeert dat de referentiewoningen qua ligging, bouwjaar en inhoud voldoende vergelijkbaar zijn en dat de grondwaardes correct zijn berekend met passende staffels.
Eiser voert aan dat de staat van onderhoud van zijn woning onvoldoende is meegenomen, maar de rechtbank oordeelt dat een substantiële aftrek van 38% op het hoofdgebouw dit adequaat weerspiegelt. Verder wijst eiser op verlies van privacy en verkeershinder, maar de rechtbank vindt hiervoor geen objectieve waardevermindering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R. in 't Veld op 24 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 999.000 wordt ongegrond verklaard.