ECLI:NL:RBMNE:2023:1180
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2021, die is vastgesteld op €566.000 en na bezwaar verlaagd naar €559.000. Eiser stelt een lagere waarde van €483.000 voor en voert diverse argumenten aan, waaronder de gebruikte waarderingsmethode, vergelijkingen met andere woningen, bouw- en onderhoudskosten en waardedrukkende factoren.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn en recent zijn verkocht. De door eiser aangedragen alternatieve woningen zijn niet geschikt als referentie of niet verkocht, en vergelijking met voorgaande WOZ-waarden is niet toegestaan volgens het systeem van de Wet WOZ.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning een lager onderhoudsniveau heeft of dat waardedrukkende factoren zoals de tijdelijke openbreking van de weg invloed hebben op de waarde. De rechtbank volgt de toelichting van de heffingsambtenaar en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €559.000 bevestigd.