ECLI:NL:RBMNE:2023:1181
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €509.000 per 1 januari 2021, en vordert een verlaging naar €479.000. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde straat.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de verschillen zijn inzichtelijk verwerkt. Eiser voert aan dat de WOZ-waarde van zijn woning relatief sterker is gestegen dan die van andere woningen in de straat, maar de rechtbank wijst erop dat WOZ-waarden worden bepaald op basis van verkoopcijfers rond de waardepeildatum en niet op basis van procentuele stijgingen.
De rechtbank concludeert dat de waarde juist is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €509.000 wordt bevestigd.