ECLI:NL:RBMNE:2023:1184
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang huurder WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waarde van een bovenwoning per 1 januari 2020 ter discussie. Eiser, huurder van de woning, vordert een lagere WOZ-waarde van €260.000, terwijl de heffingsambtenaar de waarde van €302.000 handhaaft. Hoewel eiser belanghebbende is bij de WOZ-beschikking, ontbreekt het hem aan procesbelang omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het instellen van beroep hem in een gunstiger positie kan brengen.
De rechtbank overweegt dat het aan eiser is om zijn procesbelang aannemelijk te maken, bijvoorbeeld door inzicht te geven in zijn huursituatie. Dit heeft eiser nagelaten, mede doordat zijn gemachtigde niet is verschenen op de zitting en geen nadere informatie heeft verstrekt. De rechtbank bevestigt dat het ontbreken van procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Daarnaast verwerpt de rechtbank het verzoek om immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift is gedaan. De procedure is zorgvuldig behandeld, ondanks de afwezigheid van de gemachtigde van eiser. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.