Eiser betwistte de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren aan derde-partij had verleend voor de bouw van een woning op een perceel naast zijn woning. De kern van het geschil betrof de vraag of het bouwplan in overeenstemming was met het bestemmingsplan, met name over de maximale bebouwingsoppervlakte, de berekening daarvan inclusief de inrit, het toestaan van een tweede woning en de ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat de maximale bebouwingsoppervlakte 230 m² bedraagt, omdat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens meer dan tien meter is. Ook was het juist dat de inrit met muren niet werd meegerekend bij de bebouwingsoppervlakte, omdat dit geen gebouw of overkapping betreft.
Echter, de rechtbank stelde vast dat met het primaire besluit een tweede woning werd toegestaan binnen het bestemmingsvlak, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan dat slechts één woning toestaat. Tevens was de bouw van de woning niet toegestaan binnen het grondwaterbeschermingsgebied zonder een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan, waarvoor het college geen geldig advies had overgelegd. Hierdoor was het besluit onrechtmatig.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het college moet onderzoeken of het (tijdelijk) toestaan van een tweede woning en de bouw binnen het grondwaterbeschermingsgebied in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening en het belang van het grondwaterbeschermingsgebied.
Het griffierecht werd aan eiser vergoed, terwijl proceskosten niet werden toegekend.