Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal aanrijding overtreding [2] van 7 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal verkeersongevallenanalyse [3] van 15 juli 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzittingvan 8 maart 2023 verklaard:
- zonder te stoppen op voornoemde Herenweg heeft gereden, terwijl het slachtoffer op de Herenweg (ter hoogte van nummer [nummer] ), met een rollator, aan het oversteken was;
- zich er daarbij niet, althans in onvoldoende mate, van heeft vergewist dat de Herenweg vrij was van voetgangers;
- daarbij het slachtoffer niet op tijd heeft waargenomen;
- vervolgens niet, althans niet tijdig en/of voldoende, heeft geremd en niet, althans niet tijdig en/of voldoende, is uitgeweken voor het slachtoffer;
- en tegen het slachtoffer is gebotst/aangereden.
- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 maart 2023;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aanrijding overtreding, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam bij de politie Eenheid Midden-Nederland;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
first offenderis en zij na het verkeersongeval ook geen overtredingen met een personenauto heeft begaan. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht om rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte veel spijt heeft, zij alleenstaand is en voor haar werk haar rijbewijs nodig heeft. Hij verzoekt de rechtbank om een lagere straf op te leggen dan geëist, omdat hij vrijspraak voor het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft bepleit.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5, 7, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994;
10.BESLISSING
- verklaart de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde tot een
- ontzegtverdachte voor het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
2 (twee) maanden; - bepaalt dat de ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
- als
- veroordeelt verdachte voor het onder 2 bewezenverklaarde tot een
- bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
- als
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis.