Op 18 augustus 2022 werd verdachte samen met anderen betrapt op het bezit van ruim 17 kilogram hasjiesj en ruim 54 kilogram hennep in Veenendaal. Verdachte vervulde een coördinerende rol bij het vervoer en beheer van deze drugs, wat wettig en overtuigend bewezen is. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte voorbereidingshandelingen verrichtte voor de grootschalige, bedrijfsmatige verwerking en distributie van hennep, waaronder het beschikbaar stellen van een bedrijfsruimte en verpakkingsmateriaal.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts op de hoogte was van het pand als stashlocatie en dat zijn rol minder zwaar woog, mede gezien de zogenoemde achterdeurproblematiek. De rechtbank verwierp deze verweren wegens onvoldoende concrete aanwijzingen en oordeelde dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met medeverdachten. Verdachte had bovendien een eerdere veroordeling en liep nog in een proeftijd.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals gedragsinterventie en contactverbod met medeverdachten. De rechtbank verklaarde het in beslag genomen geld verbeurd en de drugs onttrokken aan het verkeer. Een eerdere voorwaardelijke straf werd niet omgezet in een taakstraf wegens overtreding van de proeftijd.