ECLI:NL:RBMNE:2023:1465
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning ondanks aanwezigheid asbest
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2021, vastgesteld op € 598.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de aanwezigheid van de gevaarlijkste vorm van asbest in de woning een waardedrukkende factor is die onvoldoende is meegenomen.
De rechtbank overweegt dat de waarde in het economisch verkeer de prijs is die de meestbiedende koper zou betalen. Eiser was zelf de meestbiedende koper en heeft de woning in december 2020 gekocht voor € 607.000,-, ondanks het risico op asbest dat in de leveringsakte was vermeld. Dit risico is daarmee verdisconteerd in de aankoopprijs.
De rechtbank acht de eigen aankoopprijs een nauwkeuriger indicatie van de marktwaarde dan taxatierapporten of vergelijkingsobjecten. Het taxatierapport van € 590.000,- was opgesteld voor financieringsdoeleinden en sluit niet aan bij de werkelijke marktwaarde. Daarom wijkt de rechtbank niet af van de vastgestelde WOZ-waarde.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 598.000,- wordt ongegrond verklaard.