ECLI:NL:RBMNE:2023:1486
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst op e-grond, toewijzing op g-grond met transitie- en billijke vergoeding
De zaak betreft een verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2012 in dienst is. De werknemer raakte in 2019 arbeidsongeschikt door een ongeval en er ontstond een langdurig arbeidsconflict met de werkgever. De werkgever stelde dat de werknemer onvoldoende meewerkte aan re-integratie, wat zij betwistte en stelde dat de werkgever tekort was geschoten.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, mede gebaseerd op deskundigenoordelen van het UWV, en dat het verwijtbaar handelen van de werknemer onvoldoende was bewezen. Het verzoek tot ontbinding op de e-grond werd daarom afgewezen. Wel was er sprake van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding, waardoor ontbinding op de g-grond werd toegewezen.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2023. De werknemer krijgt recht op de wettelijke transitievergoeding en een billijke vergoeding van €10.000 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, die onder meer onvoldoende rekening hield met de arbeidsomvang van de werknemer en eenzijdig een casemanager aanstelde. Tevens wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en doorbetaling vanaf 27 september 2022, met een wettelijke verhoging. De beslissing op het verzoek tot nabetaling van achterstallig salaris wordt aangehouden voor nadere berekening.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2023 op de g-grond met toekenning van transitievergoeding en billijke vergoeding.