Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
- Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde geldt dat uit het medische dossier van aangeefster niet volgt dat zij seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan. Er zijn geen waarnemingen benoemd door de ambulant begeleider of de behandelaren in het ziekenhuis. Uit het medisch dossier volgt eerder het beeld van een betrokken partner die telkens genoemd wordt in de verslaglegging van bezoeken van aangeefster bij de medisch zorgverleners. Ten slotte geldt dat de verklaring van getuige [getuige] van onvoldoende gewicht is om de verklaring van aangeefster met betrekking tot de verweten gedragingen te ondersteunen. Verdachte werd door aangeefster dingen aangepraat waarin hij zelf was gaan geloven.
- Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde geldt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs uit de stukken in het dossier volgt. Enkel de eigen verklaringen van aangeefster zijn daartoe ontoereikend. In de verklaringen van getuigen is geen dan wel onvoldoende steun te vinden voor de stellingen van aangeefster. Daarbij is het opmerkelijk dat bij de vele bezoeken aan de huisartsenpost en/of het ziekenhuis op geen enkel moment enige aanwijzing te vinden is van een grimmige partner die aangeefster zou mishandelen of beledigen.
- Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde geldt dat er zich naast de verklaring van aangeefster geen enkel ander bewijsmiddel in het dossier bevindt. De enkele verklaring van aangeefster is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.