AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak wegens ontbreken van voldoende steunbewijs bij verkrachting en mishandeling in huiselijke sfeer
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 5 april 2023 de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meervoudige verkrachting, geestelijke mishandeling en fysieke mishandeling van zijn echtgenote over de periode 2012 tot 2019.
De officier van justitie achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege inconsistenties en onbetrouwbaarheid in de verklaringen van het slachtoffer, het ontbreken van medisch en getuigenbewijs, en de stelling dat de aangifte voortkwam uit een conflict over financiële afwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende steun vonden in ander bewijs, zoals medische dossiers en getuigenverklaringen, en dat het bewijs niet voldeed aan het vereiste bewijsminimum van artikel 342 SvPro. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De rechtbank wees ook het verzoek van de officier van justitie af om het slachtoffer als getuige te horen, omdat dit niet zou leiden tot een bewezenverklaring zonder steunbewijs. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/310519-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 april 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1974] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 maart 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E. Lucas, advocaat te Lelystad, naar voren hebben gebracht.
2.TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er op neer dat verdachte:
feit 1
in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 februari 2019 in Lelystad [aangeefster] meermalen heeft verkracht;
feit 2
in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 februari 2019 in Lelystad zijn vriendin/partner, te weten [aangeefster] , geestelijk heeft mishandeld;
feit 3
in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 in Lelystad zijn echtgenote,
[aangeefster] , meermalen heeft mishandeld.
3.VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4.VRIJSPRAAK
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat aangeefster niet consistent heeft verklaard en dat haar verklaringen veel onwaarheden bevatten, zodat zij onbetrouwbaar zijn. Aangeefster heeft geprobeerd door het dreigen met het doen van aangifte verdachte te bewegen tot financiële afwikkeling van hun relatie op de door haar gewenste wijze. Omdat verdachte hierin niet is meegegaan, heeft aangeefster de aangifte doorgezet. Daar komt bij dat er aanwijzingen zijn dat aangeefster vanaf het begin van de relatie niet de waarheid spreekt.
De raadsvrouw heeft voorts het volgende aangevoerd:
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde geldt dat uit het medische dossier van aangeefster niet volgt dat zij seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan. Er zijn geen waarnemingen benoemd door de ambulant begeleider of de behandelaren in het ziekenhuis. Uit het medisch dossier volgt eerder het beeld van een betrokken partner die telkens genoemd wordt in de verslaglegging van bezoeken van aangeefster bij de medisch zorgverleners. Ten slotte geldt dat de verklaring van getuige [getuige] van onvoldoende gewicht is om de verklaring van aangeefster met betrekking tot de verweten gedragingen te ondersteunen. Verdachte werd door aangeefster dingen aangepraat waarin hij zelf was gaan geloven.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde geldt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs uit de stukken in het dossier volgt. Enkel de eigen verklaringen van aangeefster zijn daartoe ontoereikend. In de verklaringen van getuigen is geen dan wel onvoldoende steun te vinden voor de stellingen van aangeefster. Daarbij is het opmerkelijk dat bij de vele bezoeken aan de huisartsenpost en/of het ziekenhuis op geen enkel moment enige aanwijzing te vinden is van een grimmige partner die aangeefster zou mishandelen of beledigen.
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde geldt dat er zich naast de verklaring van aangeefster geen enkel ander bewijsmiddel in het dossier bevindt. De enkele verklaring van aangeefster is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de onder 3 ten laste gelegde verbintenis gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft zich op het standpunt gesteld dat indien een echtelijke relatie niet bewezen kan worden verklaard het onder 3 tenlastegelegde is verjaard.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1, feit 2 en feit 3
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Aan verdachte is een zedendelict en geweldsdelicten in de huiselijk sfeer ten laste gelegd. Dergelijke zaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de verweten handelingen. Dat is ook in de onderhavige zaak het geval. Dit brengt met zich mee dat, bij een ontkennende verdachte, veelal slechts de verklaring van het slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden is. Op grond van artikel 342 vanPro het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank echter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige onthulde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar tijdens hun relatie meermalen heeft verkracht en meermalen lichamelijk en geestelijk heeft mishandeld. Verdachte ontkent dit ten stelligste. De vraag of het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen hangt derhalve sterk af van de vraag of er voldoende bewijs is dat de verklaringen van aangeefster ondersteunt.
De rechtbank is van oordeel dat deze vraag ontkennend beantwoord moet worden. Uit de inhoud van de stukken in het dossier volgt geen enkel (steun)bewijs voor de verweten handelingen. Dat door de ambulant gezinsondersteuner emotie werd waargenomen op het moment dat aangeefster over het tenlastegelegde vertelde en dat er in de medische gegevens van aangeefster wordt gesproken over een belaste thuissituatie, zoals door de officier van justitie is aangevoerd, is daarvoor onvoldoende. Hetgeen verdachte heeft bericht naar aangeefster en getuige [getuige] kort na het verbreken van de relatie door aangeefster is onvoldoende specifiek en concreet om tot steunbewijs te dienen voor de verweten handelingen. Dit maakt dat de rechtbank met de verdediging van oordeel is dat de ten laste gelegde feiten op grond van de stukken in het dossier en het besprokene op de terechtzitting niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting voorwaardelijk verzocht tot heropening van de strafzaak en verwijzing naar de rechter-commissaris teneinde aangeefster als getuige te horen indien de rechtbank de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar acht. Daargelaten dat aan de voorwaarde niet is voldaan omdat de rechtbank over de betrouwbaarheid van haar verklaringen geen oordeel heeft gevormd, is de rechtbank van oordeel dat dit verhoor niet van belang is voor de te nemen beslissingen. Er is immers niet voldoende steunbewijs, zodat nader horen van aangeefster niet kan leiden tot bewezenverklaring.
5.BESLISSING
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Danel, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en
E.G. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 april 2023.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 1 januari 2016 tot en met 14 februari 2019 te lelystad , meermalen, althans eenmaal (telkens), door geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , immers heeft hij, verdachte (meermalen)
- zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en/of
- met zijn vingers over de clitoris van die [aangeefster] gewreven, althans de clitoris van die [aangeefster] betast en/of aangeraakt,
bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte meermalen, althand eenmaal (telkens),
- die [aangeefster] op haar rug heeft gegooid en/of
- de benen van die [aangeefster] uit elkaar heeft gedrukt/geduwd en/of
- ( vervolgens) tussen de benen van en/of op die [aangeefster] is gaan liggen en/of
- de broek en/of onderbroek, althans de kleding van die [aangeefster] heeft uitgetrokken en/of
- fysieke overwicht dat hij, verdachte heeft op die [aangeefster] , mede gelet op de lichamelijke beperking(en) van die [aangeefster] en/of
- psychische overwicht dat jij verdachte heeft op die [aangeefster] , mede gelet op het (veelvuldig) maken van kleinerende en/of treiterende en/of denigrerende opmerking(en) naar die [aangeefster] en/of
- de hieruit voortkomende afhankelijke situatie, op die [aangeefster] , in welke lichamelijke en/of psychische overwicht situatie die [aangeefster] zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten tegen en/of onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon en/of durfde te bieden en/of
- door (meermalen) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [aangeefster] en/of
- aldus (telkens) voor die [aangeefster] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
2
hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 1 januari 2012 tot en met 14 februari 2019 te Lelystad, zijn vriendin/partner, te weten [aangeefster] , opzettelijk (geestelijk) heeft mishandeld, door met dat opzet, meermalen, althans eenmaal (telkens), voornoemde [aangeefster]
- te kleineren en/of uit te schelden en/of denigrerend toe te spreken, onder andere door haar de woorden toe te voegen: je bent een lui varken en/of een walrus en/of een waardeloze moeder en het is maar goed dat je kinderen dood zijn geboren”, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of
- te verbieden contact met anderen te hebben, onder andere door de telefoon van die [aangeefster] te controleren en/of te verbieden dat die [aangeefster] met haar ochter sprak en/of (aldus) die [aangeefster] in een sociaal isolement te plaatsen en/of
- seksueel te misbruiken, althans door, buiten de echt, ontuchtige handelingen met haar te plegen (welke handelingen mede bestonden uit het binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] ),
waardoor die [aangeefster] psychische letsel heeft bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij haar is veroorzaakt en/of waardoor opzettelijk de (geestelijke) gezondheid bij haar werd benadeeld;
3
hij op of omstreeks 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 te Lelystad zijn echtgenoot/echtgenote, [aangeefster] , meermalen, althans eenmaal (telkens) heeft mishandeld door
- die [aangeefster] te slaan in het gezicht en/of in de hals, althans tegen het lichaam en/of
- op aanwezige ontstekingen in het lichaam van die [aangeefster] te drukken/duwen.