Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag van 26 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was, maar gelet op de omvangrijke achterstanden en overschrijding van de beslistermijn met tien maanden, is dat in dit geval niet relevant. Het beroep is tijdig ingesteld en gegrond verklaard.
De rechtbank beveelt verweerder om binnen twaalf weken na het verweerschrift alsnog een besluit te nemen, met een verlenging van de termijn indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €50 aan eiseres.