Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag, ingediend op 12 februari 2021. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de beslistermijn van zes maanden overschreden en is op 24 november 2021 in gebreke gesteld. Eiseres stelde vervolgens op 17 januari 2023 beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen. Hoewel verweerder om een langere termijn van dertien weken verzocht, stelt de rechtbank een vaste termijn van twaalf weken vast, met een verlenging tot de eerstvolgende werkdag indien de termijn op een feestdag valt. In deze zaak moet de beslissing uiterlijk 28 april 2023 worden genomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Omdat het beroep gegrond is, wordt eiseres ook een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend en wordt het betaalde griffierecht van €50 vergoed.