Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de verstekverlening tegen [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser was van 1 november 2018 tot 11 december 2018 in dienst bij de eenmanszaak van gedaagde. Gedaagde verzocht eiser om een bedrijfswagen tijdelijk op haar naam te zetten, wat zij deed. Na afloop van de afgesproken periode weigerde gedaagde de tenaamstelling op zijn naam te zetten, ondanks herhaalde verzoeken.
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt bevolen de tenaamstelling van de auto binnen drie dagen te wijzigen, de bestaande en toekomstige boetes te betalen en een dwangsom te verbeuren bij niet-naleving. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat eiser een spoedeisend belang heeft. De vordering wordt toegewezen met een dwangsom van €1.000 per dag tot maximaal €30.000. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van boetes en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen de tenaamstelling van de auto binnen drie dagen te wijzigen en veroordeeld tot betaling van boetes en proceskosten.