Op 6 december 2022 heeft verdachte in Biddinghuizen tijdens een ruzie met een mes meerdere malen in het onderbeen van het slachtoffer gestoken. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Wel wordt bewezen verklaard dat verdachte heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door het steken met een mes, hetgeen een poging tot zware mishandeling oplevert.
Verdachte was op het moment van het incident stomdronken en woonde samen met het slachtoffer op een vakantiepark. De verwondingen van het slachtoffer waren ernstig genoeg om nog wekenlang pijn en beperkingen te veroorzaken, waaronder het gebruik van krukken en arbeidsongeschiktheid. Verdachte heeft bekend en spijt betuigd, en is een first offender zonder eerdere veroordelingen in Nederland.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van vier maanden op, met aftrek van het voorarrest van 120 dagen. De voorlopige hechtenis wordt met onmiddellijke ingang opgeheven. De straf is lager dan de richtlijn van zeven maanden voor zware mishandeling met een wapen, vanwege het feit dat het om een poging gaat en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen, het medisch dossier, foto’s van de verwondingen en het feit dat verdachte op korte afstand tweemaal met een mes heeft gestoken. De tenlastelegging en bewijsvoering zijn zorgvuldig gewogen, waarbij het ontbreken van blijvend zwaar letsel leidde tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit.