Op 7 maart 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het plegen van openlijk geweld op 25 september 2020 in Utrecht. De officier van justitie en de verdediging hebben beiden vrijspraak bepleit. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bewijs onvoldoende is om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
Getuigenverklaringen verschilden over de betrokkenheid van verdachte; slechts de benadeelde partij verklaarde dat verdachte aanwezig was, maar deze verklaring werd niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De benadeelde partij had zich als partij in het geding gevoegd en een schadevergoeding van €42.425,32 gevorderd. Gezien de vrijspraak verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en verwees haar naar de burgerlijke rechter. Tevens werden de kosten van de benadeelde partij ten aanzien van het verweer tegen de vordering tot op heden begroot op nihil en aan de benadeelde partij opgelegd.