ECLI:NL:RBMNE:2023:1644

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
UTR 22/3702
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 1:3 AwbArt. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 17 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechter niet bevoegd voor beroep tegen dwangbevel Invorderingswet 1990

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een dwangbevel van 13 augustus 2022, uitgevaardigd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

De rechtbank overweegt dat een besluit in bestuursrechtelijke zin een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling is, maar dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, behalve enkele uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn.

Omdat het beroep zich richt tegen een dwangbevel dat onder de Invorderingswet valt, is de bestuursrechter niet bevoegd. Eiseres wordt verwezen naar artikel 17 Invorderingswet Pro 1990, dat haar de mogelijkheid biedt verzet in te stellen bij de civiele rechter in het arrondissement van haar woonplaats. Het reeds betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het dwangbevel en wijst eiseres op het indienen van een verzetschrift bij de civiele rechter.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3702

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser(es),

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend tegen het dwangbevel van
13 augustus 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
3. Op grond van artikel 8:5, eerste lid, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 van Pro de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak.
4. In artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak als bedoeld in artikel 8:5 van Pro de Awb staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit dat is genomen op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a.
5. Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 kan de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen hij woont of is gevestigd.
6. De bestuursrechter stelt vast dat het beroep van eiser(es) zich richt tegen het dwangbevel van 13 augustus 2022. De bestuursrechter is niet bevoegd om daarover te beslissen. Eiser(es) kan op grond van artikel 17, eerste lid, van de Invorderingswet1990 daartegen een verzetschrift indienen bij de civiele rechter. Hoe u dit moet doen kunt u vinden op deze internetpagina:
http://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/rechtszaak-beginnen-particulier-of-organisatie/Paginas/dagvaardingsprocedure-beginnen-kantonrechter.aspx.
7. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, zal het door eiser betaalde griffierecht worden terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2023.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.