ECLI:NL:RBMNE:2023:1657

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
UTR 22/4375
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken benodigde documenten

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroepschrift ingediend door eiser tegen de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser het griffierecht van €50,- niet tijdig heeft voldaan, ondanks een aangetekende aanmaning. Daarnaast heeft eiser nagelaten een kopie van de uitspraak op bezwaar en zijn NAW-gegevens te overleggen, terwijl de rechtbank hier expliciet om had verzocht.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat de formele vereisten voor ontvankelijkheid niet waren vervuld. De niet-betaling van het griffierecht zonder geldige reden leidt volgens artikel 8:54 Awb Pro tot niet-ontvankelijkheid. Ook het ontbreken van de gevraagde documenten versterkt deze conclusie.

Er is geen inhoudelijke behandeling van het beroep plaatsgevonden en er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en de griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van noodzakelijke documenten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 22/4375

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroepschrift dat eiser heeft ingediend op 10 augustus 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 14 januari 2023 aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen kopie van de uitspraak op bezwaar en geen NAW-gegevens heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 10 november 2022. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
9. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2023.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.