ECLI:NL:RBMNE:2023:1665
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens lopende beroepsprocedure geurhinder hondensnackfabriek
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad een last onder dwangsom opgelegd aan verzoekster vanwege geurhinder veroorzaakt door haar hondensnackfabriek. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze last en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 maart 2023, waarbij verzoekster werd vertegenwoordigd door haar eigenaren en gemachtigde, en het college door zijn gemachtigde en medewerkers van de omgevingsdienst. Tevens waren omwonenden als derde-partijen aanwezig met hun gemachtigde en deskundige.
De rechtbank Midden-Nederland heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de samenhangende beroepen tegen de last onder dwangsom. Daarbij verklaarde de rechtbank het beroep van verzoekster ongegrond en dat van de omwonenden gegrond, vernietigde de last onder dwangsom en legde een gewijzigde last op.
Omdat hierdoor geen bezwaar- of beroepsprocedure meer loopt tegen de last onder dwangsom, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoekster zich bij onenigheid met de gewijzigde last kan wenden tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K. de Meulder op 11 april 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.