Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
28 december 2021 gepubliceerd en heeft vanaf 29 december 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Eiser heeft p met een e-mail van 11 januari 2022 op het ontwerpbesluit gereageerd. Het college heeft nog geen definitief besluit genomen op de aanvraag van eiser.
Beoordeling door de rechtbank
11 januari 2022 alsnog zal aanmerken als een zienswijze op het ontwerpbesluit over dit bouwplan. Op de zitting heeft het college aanvullend toegelicht dat hij het ontwerpbesluit in het najaar van 2022 opnieuw ter inzage heeft gelegd voor zienswijzen. De periode waarin zienwijzen konden worden ingediend is inmiddels voorbij, maar het college heeft nog geen definitief besluit genomen. Bij het nemen van het definitieve besluit zal het college de e-mail van eiser van 11 januari 2022 meenemen als zienswijze.
11 januari 2021 in deze zaak alsnog als zienswijze in behandeling zal nemen.
UTR 27/1512 en UTR 22/1519 [adres 1] en [adres 2]
20 januari 2022 niet aangetekend heeft verzonden. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken volgt dat als eiser in zo’n geval betwist dat hij de brieven heeft ontvangen, het college aannemelijk moet maken dat de brieven zijn verzonden. [6] Daartoe is vereist dat de brieven zijn voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en het college moet een deugdelijke verzendadministratie hebben.
Beslissing in zaak UTR 22/1517
Beslissing in de zaken UTR 22/1512 en 22/1519
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
20 januari 2023.