ECLI:NL:RBMNE:2023:1711
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging no-riskverklaring wegens ontbreken nieuwe feiten en omstandigheden
Eiser, die vanwege belemmeringen tijdens zijn opleiding een no-riskverklaring ontving in 2016, verzocht opnieuw om verlenging van deze verklaring. Het UWV wees dit verzoek af omdat de no-riskverklaring slechts eenmaal kan worden toegekend en eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een verlenging rechtvaardigen.
De rechtbank beoordeelde dat het neuropsychologisch onderzoek uit 2021 geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan het eerdere besluit van 2017, waarin werd vastgesteld dat eiser geen aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten had. De rechtbank concludeerde dat het UWV het besluit zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd en dat het beroep ongegrond was.
Verder gaf de rechtbank aan dat eiser ondersteuning kan zoeken om zijn beperkingen beter te communiceren naar werkgevers, maar dat dit geen grond is voor het toekennen van een nieuwe no-riskverklaring. De beslissing van het UWV blijft gehandhaafd en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om geen verlenging van de no-riskverklaring toe te kennen wordt ongegrond verklaard.