Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag, ingediend op 26 februari 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan op 21 november 2022, waarna zij op 17 februari 2023 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt de Belastingdienst op alsnog binnen een redelijke termijn een besluit te nemen. Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van twee weken onrealistisch en stelt een termijn van twaalf weken vanaf het verweerschrift (8 maart 2023) vast, met een mogelijke verlenging afhankelijk van de termijn waarbinnen eiseres een zienswijze indient.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en het griffierecht van €50,-. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 6 april 2023.