Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 15 juni 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 9 oktober 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard. De rechtbank draagt de Belastingdienst op om binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt. De proceskostenvergoeding aan eiseres wordt vastgesteld op € 418,50 en het betaalde griffierecht van € 50,- wordt eveneens vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier N. Dayerizadeh op 6 april 2023. De rechtbank wijst erop dat een verzetschrift mogelijk is binnen zes weken na verzending van de uitspraak.