ECLI:NL:RBMNE:2023:1755
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €2.221.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente. De rechtbank heeft de zaak behandeld en beoordeeld of de waarde correct was vastgesteld volgens de vergelijkingsmethode.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen werden vergeleken die qua locatie, bouwjaar en uitstraling voldoende vergelijkbaar zijn. Eiser betwistte onder meer de gehanteerde indexeringspercentages, de staat van onderhoud, isolatie en gedateerde voorzieningen van de woning, alsmede het inzicht in de op de zaak betrekking hebbende stukken.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de gebruikte gegevens en dat de gehanteerde indexering passend is voor de regio. De door eiser aangevoerde gebreken en waardeverminderingen zijn onvoldoende onderbouwd en konden niet leiden tot een lagere waarde. Ook de referentiewoningen van eiser waren minder vergelijkbaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 24 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €2.221.000 blijft gehandhaafd.