ECLI:NL:RBMNE:2023:1789

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
UTR 23/1019
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 4:13 AwbArt. 4:14 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen handhavingsverzoek bouwvergunning niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft een bouwvergunning voor 16 woningen verkregen waarvan de bouw bijna voltooid is. Een derde partij verzocht het college handhavend op te treden tegen het ontbreken van opaakglas in ramen van de nieuwbouw. Het college besloot niet tijdig op dit verzoek, waarop eiseres bezwaar maakte tegen het niet tijdig beslissen. Dit bezwaar werd opgevat als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De rechtbank overweegt dat het college op grond van de Awb binnen acht weken op het handhavingsverzoek moest beslissen, met mogelijkheid tot verlenging. Het college verlengde de beslistermijn met 12 weken en heeft vervolgens op 15 maart 2023 tijdig beslist. Hierdoor is er geen sprake van een niet tijdige beslissing.

De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 6 april 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college tijdig heeft beslist binnen de verlengde termijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1019

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.J. Koenen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht(het college), verweerder
(gemachtigden: mr. R.M. Wiersma en mr. C. Immel).

Inleiding

Aan eiseres is een bouwvergunning eerste fase en een bouwvergunning tweede fase verleend voor het bouwen van 16 woningen met een gedeeltelijk ondergrondse stallinggarage op het perceel [adres] in [plaats] (het perceel). Deze vergunningen zijn inmiddels onherroepelijk geworden en de bouw van de 16 woningen is bijna gereed.
[derde-partij] woont achter het perceel en heeft het college op 30 november 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen de afwezigheid van opaakglas in de ramen van de nieuw gebouwde woonruimten op het perceel aan de zijde van de [straat] .
Omdat een besluit op het handhavingsverzoek uitbleef, heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit bezwaar is opgevat als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Op grond van artikel 4:13, tweede lid, van de Awb moet het college binnen acht weken beslissen op het handhavingsverzoek van 30 november 2022. Het college had dus uiterlijk op 25 januari 2023 moeten beslissen. Deze termijn kan worden verlengd op grond van artikel 4:14, derde lid van de Awb. Dit heeft het college ook gedaan met de brief van 16 januari 2023 waarbij de beslistermijn met 12 weken is verlengd. Vervolgens heeft het college op 15 maart 2023, dus tijdig, beslist op het handhavingsverzoek.
3. Gezien het voorgaande is van een niet tijdig beslissen van het college dus geen sprake. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten. Ook krijgt eiseres haar griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.