ECLI:NL:RBMNE:2023:1863
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning in aanbouw met geschatte vervangingswaarde
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.258.000 voor een woning in aanbouw op 1 januari 2020. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde en baseert zich op een gereedheidspercentage van 60% en sloopkosten van €40.000. De rechtbank volgt eiser in de stelling dat de woning op de peildatum nog niet lucht- en waterdicht was en dat het gereedheidspercentage daarom te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het gereedheidspercentage van 60%, mede omdat de gebruikte foto’s dateren van na de peildatum en geen alternatieve onderbouwing is gegeven. Ook de sloopkosten van €40.000 worden niet aannemelijk gemaakt, terwijl eiser een bedrag van €17.000 stelt zonder onderbouwing.
Omdat geen van beide partijen de waarde voldoende aannemelijk heeft gemaakt, stelt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €1.206.000. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De bestreden uitspraak wordt vernietigd en de aanslagen worden verminderd op basis van de nieuwe waarde.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €1.206.000 en de aanslagen worden daarop aangepast.