ECLI:NL:RBMNE:2023:1877

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
16-265641-19
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden en wijziging time-out voorwaarde

Betrokkene is ter beschikking gesteld na veroordeling voor ernstige delicten waaronder medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en bedreigingen met brandstichting. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 15 maart 2021 en is sindsdien meerdere malen aangepast.

De reclassering en de psychiater rapporteren dat betrokkene nog steeds een stoornis heeft in het gebruik van cocaïne en alcohol, beide in langdurige remissie, en dat het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel laag is maar kan oplopen bij terugval in middelengebruik. De officier van justitie handhaaft de vordering tot verlenging met twee jaar vanwege recente problemen met naleving van voorwaarden en verslavingsproblematiek.

De rechtbank oordeelt dat verlenging met één jaar proportioneel en noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen en het monitoren van betrokkene. Tevens wijzigt zij de voorwaarde betreffende de time-out, zodat betrokkene met instemming tijdelijk zonder rechterlijke toets kan worden teruggeplaatst in een gesloten unit, wat vertraging voorkomt en financiering waarborgt.

De maatregel wordt verlengd met één jaar en de voorwaarde omtrent tijdelijke terugplaatsing aangepast conform het verzoek van de officier van justitie, waartegen de verdediging geen bezwaar heeft gemaakt.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar en wijzigt de voorwaarde betreffende de time-out.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-265641-19 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 5 april 2023
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 10 november 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en bedreigingen met brandstichting, zware mishandeling en een misdrijf tegen het leven gericht;
  • stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 15 maart 2021;
  • de beslissing van deze rechtbank van 13 juli 2022, waarbij de voorwaarden van de terbeschikkingstelling zijn gewijzigd;
  • de vordering van de officier van justitie van 26 januari 2023, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;
  • het verlengingsadvies van Inforsa van 10 januari 2023, opgemaakt door M. van Elst (reclasseringswerker) en K. de Gier (unitmanager), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar;
  • het Pro Justitia-rapport van 7 december 2022, opgemaakt door drs. K.N. Broek, psychiater;
  • de voortgangsverslagen over betrokkene, over de periode 15 maart 2021 tot en met 15 september 2022.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 22 maart 2023 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A. Nieli;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.T. Brassé, advocaat te Amsterdam;
- de deskundige, M. van Elst, verbonden aan Inforsa.

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als laag, welk risico oploopt ingeval van terugval in middelengebruik. Het advies luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar.

4.Het standpunt van de psychiater

De psychiater concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Hij acht het recidiverisico bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling op korte termijn laag. Bij terugval in middelengebruik schat hij het recidiverisico in op matig tot hoog.
Betrokkene heeft volgens de psychiater een stoornis in het gebruik van cocaïne (ernstig, in langdurige remissie) en een stoornis in het gebruik van alcohol (matig, in langdurige remissie). De huidige behandelaar van Inforsa stelt naast de stoornissen in middelengebruik ook de diagnose zwakbegaafdheid en antisociaal gedrag. Gezien het huidig functioneren van betrokkene ziet de psychiater geen aanleiding om deze diagnoses te stellen.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar.

5.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd. De officier van justitie gaat niet mee in de adviezen om te terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar, omdat het recent nog niet goed is gegaan met het naleven van de voorwaarden. Bij de terbeschikkingstelling met voorwaarden en verslavingsproblematiek is ruimte nodig voor vallen en opstaan. Het vergt tijd dit te monitoren. Het recidiverisico kan oplopen bij een terugval in middelen.
Verder verzoekt de officier van justitie een voorwaarde te wijzigen naar aanleiding van een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [1] Het verzoek is de voorwaarde:
verdachte werkt, in het geval van een door de reclassering en behandelaren
geïndiceerde crisissituatie, mee aan een tijdelijke terugplaatsing in de gesloten
unit van een FPA/FPK of een soortgelijke instelling, voor de duur van maximaal
veertien weken per kalenderjaar
te wijzigen in:
als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde tijdelijk teruggeplaatst worden in de gesloten unit van een FPA/FPK of een soortgelijke instelling, voor de duur van maximaal
veertien weken per kalenderjaar.
De Penitentiaire Kamer heeft geoordeeld dat als er een time-out moet plaatsvinden, de rechtbank daar in beginsel over moet beslissen. In de praktijk zal dit voor vertraging zorgen, hetgeen niet wenselijk wordt geacht. Als de betrokkene met een time-out instemt, kan betrokkene zonder een rechterlijke toets (en dus meteen) worden opgenomen. Om de financiering van een opname te waarborgen dient de time-out in de voorwaarden te blijven staan. Door toevoeging van de passage “met instemming van verdachte” wordt enerzijds bewerkstelligd dat betrokkene niet zonder rechterlijke toets kan worden opgenomen. Anderzijds wordt de financiering gewaarborgd.

6.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel voor de duur van één jaar. De raadsman sluit zich aan bij de adviezen van de deskundigen waaruit volgt dat als betrokkene het komende jaar kan laten zien dat hij de geleerde vaardigheden kan toepassen, verlenging van de maatregel niet meer noodzakelijk is.

7.Het oordeel van de rechtbank

Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 10 november 2020 veroordeeld voor onder meer het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en bedreigingen met brandstichting, zware mishandeling en een misdrijf tegen het leven gericht.
De terbeschikkingstelling is niet gemaximeerd, nu – hoewel niet uitdrukkelijk overwogen in het veroordelend vonnis – uit dit vonnis blijkt dat sprake was van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een stoornis in het gebruik van drugs en een stoornis in het gebruik van alcohol (beide langdurig in remissie). De psychiater ziet, anders dan de huidige behandelaar van betrokkene, geen aanleiding om de diagnose zwakbegaafdheid en antisociaal gedrag te stellen.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als laag ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over, met dien verstande dat zij in het midden laat of er naast voornoemde stoornissen in het gebruik van drugs en alcohol nog sprake is van de andere stoornissen.
Verlenging
Gelet op het advies van de reclassering en de Pro Justitia-rapportage en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat de behandeling van betrokkene nog niet is afgerond. Zo is nog niet gestart met de uitvoering van een gecontroleerd alcoholbeleid. Verder heeft betrokkene nu een groot netwerk aan hulpverlening, waarbij bekeken moet worden welke ontwikkelingen er zullen plaatsvinden wanneer de hulpverlening in intensiteit afneemt. Tot slot moet het beperkte steunsysteem van betrokkene nog worden uitgebreid. De komende periode zal hieraan gewerkt worden.
De rechtbank acht het van belang dat de situatie van betrokkene in elk geval het komende jaar nog gemonitord kan worden. Het zal moeten blijken in hoeverre betrokkene in staat is de geleerde vaardigheden om van de middelen af te blijven, in kan zetten als de hulpverlening zich meer terugtrekt. Gezien de fase waarin betrokkene zich bevindt, waarbij hij stabiliteit in zijn leven heeft, zou dat mogelijk binnen een jaar al duidelijk kunnen worden. Dit betekent niet dat op dit moment al duidelijk is dat de terbeschikkingstelling over één jaar beëindigd zal worden, maar als betrokkene laat zien dat hij bij vermindering van hulpverlening niet terugvalt in middelengebruik en disfunctioneel gedrag is hier wel een reële kans toe.
De rechtbank zal daarom de maatregel met één jaar verlengen.
De rechtbank zal daarnaast de voorwaarde betreffende de time-out wijzigen, zoals de officier van justitie heeft verzocht en waartegen de verdediging zich niet heeft verzet.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met één jaar.
- wijzigt de voorwaarde ‘
verdachte werkt, in het geval van een door de reclassering en behandelaren geïndiceerde crisissituatie, mee aan een tijdelijke terugplaatsing in de gesloten unit van een FPA/FPK of een soortgelijke instelling, voor de duur van maximaal veertien weken per kalenderjaar
in die zin dat deze komt te luiden
‘Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde tijdelijk teruggeplaatst worden in de gesloten unit van een FPA/FPK of een soortgelijke instelling, voor de duur van maximaal veertien weken per kalenderjaar’.
Deze beslissing is genomen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mr. J.A. Spee en mr. A.M.M. Lemmen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2023.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.