ECLI:NL:RBMNE:2023:1888
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €741.000 per waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen in de buurt werden vergeleken. De rechtbank achtte deze referentiewoningen geschikt vanwege overeenkomsten in type, bouwjaar, ligging en uitstraling. Ook werd voldoende rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en voorzieningen.
Eiser voerde aan dat de indexering van verkoopprijzen en de gehanteerde grondstaffels onvoldoende inzichtelijk waren, en dat sommige referentiewoningen niet representatief waren. De rechtbank vond de uitleg over indexering en grondstaffels voldoende transparant en volgde de toelichting van de heffingsambtenaar. De verschillen in staat van onderhoud werden adequaat gecorrigeerd.
Verder stond het de heffingsambtenaar vrij om de keuze van referentiewoningen te maken, mits deze vergelijkbaar waren. De rechtbank vond de gekozen woningen passend en vond geen reden om de waarde te verlagen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 7 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €741.000 wordt ongegrond verklaard.