ECLI:NL:RBMNE:2023:1891
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €657.000 per waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatiematrix met vijf vergelijkbare referentiewoningen in dezelfde wijk.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua type, bouwjaar en locatie, en de verkoopprijzen zijn adequaat geïndexeerd naar de waardepeildatum. Eiser heeft tijdens de zitting enkele bezwaren ingetrokken en kon de toelichtingen over de indexering en oppervlakteverschillen niet weerleggen.
Ook het bezwaar dat een referentiewoning niet op de vrije markt zou zijn verkocht, wordt verworpen omdat de verkoop via een makelaar is verlopen zonder aanwijzingen voor gelieerde verkoop. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in de waardebepaling en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €657.000 wordt ongegrond verklaard.