ECLI:NL:RBMNE:2023:1897
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens motiveringsgebrek bij WOZ-aanslag OZB
Eiser betwistte de aanmelding van zijn onroerende zaak als niet-woning, waardoor onterecht OZB-gebruiker werd geheven en het OZB-eigenaarstarief te hoog werd vastgesteld. Hoewel eiser de WOZ-waarde niet meer betwistte, stelde hij dat de heffingsambtenaar onvoldoende op zijn bezwaargronden was ingegaan in de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar alleen de oorspronkelijke grond over de WOZ-waarde behandelde en niet inging op de bezwaren over de classificatie van het object en de OZB-tarieven. Dit vormde een motiveringsgebrek in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat de heffingsambtenaar binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering in bezwaarprocedures en dat bestuursorganen alle relevante bezwaargronden moeten behandelen om rechtszekerheid te waarborgen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de heffingsambtenaar moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.