ECLI:NL:RBMNE:2023:1898
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken geldige juridische grondslag
Eiser parkeerde op 8 maart 2022 zijn auto zonder te betalen parkeerbelasting, waarna de gemeente een naheffingsaanslag oplegde. Eiser stelde dat hij beschikte over een geldige parkeervergunning en maakte bezwaar tegen de aanslag. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar behandelde het bezwaar inhoudelijk.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard, maar dat de inhoudelijke beoordeling door de heffingsambtenaar de niet-ontvankelijkheid deels ontkrachtte. Vervolgens beoordeelde de rechtbank ambtshalve de juridische grondslag van de naheffingsaanslag.
De rechtbank stelde vast dat het aanwijzingsbesluit waarop de naheffingsaanslag was gebaseerd, was vervallen door de intrekking van de onderliggende parkeerbelastingverordening uit 2021. Er was geen nieuw aanwijzingsbesluit onder de 2022-verordening genomen. Hierdoor ontbrak een geldige juridische basis voor de naheffingsaanslag.
De rechtbank vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser moest vergoeden. De geldigheid van de parkeervergunning werd niet meer inhoudelijk beoordeeld vanwege het ontbreken van een geldige juridische grondslag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens het ontbreken van een geldig aanwijzingsbesluit.