ECLI:NL:RBMNE:2023:2039

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
2 mei 2023
Zaaknummer
UTR 23/464
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8:92 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:94 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om schadevergoeding wegens datalek niet-ontvankelijk verklaard

De eiser heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens een datalek. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen, waarna eiser de rechtbank heeft verzocht tot vergoeding van de schade.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat eiser niet voldeed aan de formele vereisten van artikel 8:92, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser heeft onvoldoende specificatie gegeven van de aard en omvang van de geleden schade, ondanks een schriftelijke aanmaning om dit binnen vier weken te herstellen.

Op grond van artikel 6:6 Awb Pro kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien de indiener niet binnen de gestelde termijn het verzuim herstelt. De rechtbank heeft daarom het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard en geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek kunnen maken.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier S. Ayyildiz op 7 april 2023 te Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens een datalek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende specificatie van de schade.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/464

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bij brief van 23 november 2022 verweerder verzocht om vergoeding van
schade.
Verweerder heeft bij brief van 19 januari 2023 het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Verzoekster heeft de rechtbank op 31 januari 2023 verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van schade die zij stelt te lijden.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig
is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Verzoekster heeft verzocht om een schadevergoeding, wegens een datalek van verweerder.
3. Artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de
bestuursrechter bevoegd is om op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan
te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een ander onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit.
4. Op grond van artikel 8:92, eerste lid, onder d, van de Awb bevat het verzoekschrift
een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan. Verzoekster heeft aan deze voorwaarde niet voldaan.
5. Bij brief van 2 februari 2023 is verzoekster erop gewezen dat zij binnen vier weken na
verzending van de brief een aanduiding van de oorzaak van de schade en een opgave van de aard van de geleden of specificatie daarvan dient te overleggen.
6. Verzoekster heeft bij brief van 18 februari 2023 gereageerd, maar hierbij niet
aangegeven wat de schade is die zij zou hebben geleden en tot welk bedrag.
7. Artikel 6:6 van Pro de Awb bepaalt dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard,
mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
8. Op grond van artikel 8:94, eerste lid, van de Awb is op het verzoek en de behandeling
daarvan artikel 6:6 van Pro de Awb van toepassing.
9. Nu de door de rechtbank gevraagde stukken niet zijn overgelegd voldoet het
verzoek om schadevergoeding niet aan in de artikel 8:92, eerste lid, onder d, van de Awb gestelde eisen en kan het dus niet worden beoordeeld.
10. Gelet op het bepaalde in artikel 8:94, eerste lid, van de Awb is het verzoek ingevolge
artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S.Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.