ECLI:NL:RBMNE:2023:2062

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
3 mei 2023
Zaaknummer
22/4894
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens alsnog genomen besluit op aanvraag Wet open overheid

Eiser is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Op 9 december 2022 heeft de verweerder alsnog een besluit genomen, waarop eiser bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit doorgezonden naar de verweerder om als bezwaar te behandelen.

De rechtbank overweegt dat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Nu verweerder een besluit heeft genomen, is het doel van het beroep bereikt en is het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard. Het feit dat eiser het niet eens is met de inhoud van het besluit en stelt dat niet op alle informatie is ingegaan, kan in bezwaar worden behandeld.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en wijst erop dat een bestuurlijke dwangsom niet mogelijk is bij verzoeken in het kader van de Wet open overheid. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4894

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2023 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, verweerder.

Procesverloop

Eiser is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.
Op 9 december 2022 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op eisers aanvraag. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
De rechtbank heeft het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 9 december 2022, doorgestuurd naar verweerder om te behandelen als bezwaar.
Deze uitspraak gaat over het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Eiser heeft hier bezwaar tegen ingesteld en de rechtbank heeft dit bezwaar doorgezonden naar verweerder.
3. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eiser heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling, te weten op 23 september 2022, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
4. Nu verweerder een besluit heeft genomen, heeft hij gedaan wat eiser wilde en de rechtbank hoeft dit dan ook niet meer aan verweerder op te dragen. Dat eiser het niet eens is met de inhoud van het besluit en stelt dat verweerder niet is ingegaan op bepaalde informatie waar hij om heeft gevraagd maakt dat niet anders. Verweerder heeft in het besluit van 9 december 2022 aangegeven dat hij, in tegenstelling tot het initiële plan, in één keer een besluit over alles neemt in plaats van meerdere deelbesluiten. Als eiser vindt dat verweerder ten onrechte niet op alles is ingegaan, is dat iets wat hij in bezwaar naar voren kan brengen
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Dit belang kan ook niet gelegen zijn in het ontvangen van een bestuurlijke dwangsom omdat dit niet mogelijk is bij verzoeken in het kader van de Wet open overheid. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn oorspronkelijke beroep (geen procesbelang).
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van
L. Ruizendaal-van der Veen, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2023.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.