Eiser maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom die door het college van burgemeester en wethouders van Almere was opgelegd. Nadat eiser pro forma bezwaar had gemaakt en aanvullende bezwaargronden had ingediend, trok verweerder het primaire besluit in met een besluit van 22 december 2022. Hoewel dit besluit niet formeel als een beslissing op bezwaar was vormgegeven, kwalificeerde de rechtbank dit wel als zodanig, aangezien het een herroeping betrof na het indienen van het bezwaarschrift.
Verweerder maakte gebruik van een bezwarencommissie, waardoor na ontvangst van de bezwaargronden een termijn van 12 weken gold om een beslissing op bezwaar te nemen. De rechtbank oordeelde dat deze termijn was nageleefd en dat de beslissing op bezwaar tijdig was genomen. Tevens ontving eiser een tegemoetkoming in de proceskosten in bezwaar.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep van eiser tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen noodzaak tot het houden van een zitting en sprak de beslissing in het openbaar uit op 3 mei 2023.