Eiseres heeft een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op 22 november 2022. Verweerder had conform de wettelijke termijn binnen acht weken moeten beslissen, uiterlijk op 17 januari 2023. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en ook geen herbeoordeling heeft uitgevoerd, heeft eiseres verweerder op 17 januari 2023 in gebreke gesteld.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en stelt de dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- voor de eerste 42 dagen van overschrijding. Daarnaast legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van € 365,- en een proceskostenvergoeding van € 418,50 aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 2 mei 2023 en is in het openbaar uitgesproken.