Verzoeker stelde administratief beroep in tegen een besluit van de Korpschef van politie. Nadat de Minister van Justitie en Veiligheid het beroep behandelde en een dwangsom oplegde, trok verzoeker het beroep niet-tijdig in en vroeg vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat bij intrekking van het beroep vanwege gedeeltelijke tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten vergoed moeten worden conform de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50 en veroordeelde de Korpschef deze aan verzoeker te betalen, inclusief het griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 2 mei 2023.