Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
buitenzijde nat
5.BEWEZENVERKLARING
- onverhoeds en zonder toestemming binnenkomen op de kamer van die [slachtoffer] en vervolgens
- onverhoeds met twee handennaar beneden trekken en uittrekken van de broek en onderbroek van die [slachtoffer] en
- onverhoeds brengen van zijn, verdachtes vingers in de vagina van die [slachtoffer] en
- bovenop die [slachtoffer] gaan liggen en onverhoeds met kracht die [slachtoffer] op de zijde duwen en
- onverhoeds en met kracht brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen en in de anus, althans tussen de billen van
die [slachtoffer] .
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
7.1Het standpunt van de officier van justitie
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 5.000;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 5.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.