ECLI:NL:RBMNE:2023:2198
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen matiging of afzien van terugvordering kinderopvangtoeslag bij niet-tijdige betaling
Eiseres ontving in juni 2021 de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag over 2018, waarbij een terugvordering van €14.138,- werd vastgesteld. Na bezwaar werd het bedrag aangepast naar €8.958,-. Eiseres stelde dat Belastingdienst/Toeslagen haar situatie had moeten onderzoeken en een uitzondering maken vanwege betalingsachterstanden en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat Belastingdienst/Toeslagen niet verplicht was een voornemen te geven of een zienswijze te vragen voordat zij de vaststelling en terugvordering deed. Eiseres had voldoende gelegenheid gekregen om informatie te verstrekken en een hoorzitting bij te wonen, wat zij niet deed.
Volgens het Verzamelbesluit Toeslagen moeten betalingen vóór 1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar zijn gedaan, of binnen een schriftelijke betalingsregeling die vóór die datum is overeengekomen. Eiseres had een betalingsregeling vanaf oktober 2019, te laat volgens deze regels, waardoor zij meer toeslag ontving dan waarop zij recht had.
De rechtbank vond dat financiële omstandigheden en persoonlijke situaties geen reden zijn om terugvordering te matigen of af te zien, mede omdat een persoonlijke betalingsregeling mogelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar wegens een motiveringsgebrek werd het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.