Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- hij twee keer zijn stiefkleinkind van top tot teen had gemasseerd;
- hij toen die keren ook in de schaamstreek van zijn kleinkind had gemasseerd;
- de eerste keer ongeveer 2 maanden geleden was geweest;
- dit toen gebeurd was in de stacaravan die in [plaats] op vakantiepark de [park] staat;
- hij toen ook over de piemel van zijn stiefkleinkind had gemasseerd;
- het tweede incident ongeveer 2 weken gelden was geweest. [3]
A: Over opa.
A: Hij heeft mijn piemel gemasseerd.
A: Vaker. [5]
A: Ook bij [plaats] . Bij opa en oma. Oma was toen aan het werken. [10]
A: Mijn vader, [verdachte] .
De rechtbank is van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder feit 2 ten laste gelegde brengen en houden van zijn penis in de vagina van [slachtoffer 1] , omdat zij zelf heeft verklaard dat dit op een latere leeftijd heeft plaatsgevonden en dit buiten de ten laste gelegde periode onder feit 2 valt. De rechtbank is bovendien van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het laten beetpakken van de penis en het laten aftrekken van verdachte onder het feit 2 en feit 3 ten laste gelegde, omdat [slachtoffer 1] hier niet over heeft verklaard.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 4 jaren;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 jarenvast;
- [slachtoffer 2] , geboren op [2009] ;
- [slachtoffer 1] , geboren op [1997] ,
zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.250,-;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.250,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 22 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , geboren op [2009] , te openen rekening met een BEM-clausule.
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 63.570,28;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2001 over een bedrag van € 17.500,- en vanaf 1 september 2021 over een bedrag van € 46.070,28 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 63.570,28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2001 over € 17.500,- en vanaf 1 september 2021 over € 46.070,28 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 329 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.