Eiseres heeft een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op 29 november 2022. Volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) had UWV binnen acht weken moeten beslissen, uiterlijk 24 januari 2023. Dit is niet gebeurd. Eiseres heeft UWV op 30 januari 2023 in gebreke gesteld waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank constateert dat UWV nog geen besluit heeft genomen en legt op dat binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een beslissing moet volgen. UWV gaf aan dat een tekort aan artsen de vertraging veroorzaakt. Daarnaast wordt UWV veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000.
Verder krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde en het beroep alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging. Ook moet UWV het griffierecht van €365,- aan eiseres vergoeden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.