Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [A] ).
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 28 april 2021 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hierbij verwijst de rechtbank naar een eerdere uitspraak waarin een nadere beslistermijn tot 1 juli 2024 is vastgesteld, en ziet geen reden hiervan af te wijken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend conform de Awb. Omdat het beroep gegrond is, wordt eiseres tevens een proceskostenvergoeding van € 418,50 toegekend en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 50,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.