Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag van 11 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 3 mei 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit. Verweerder wordt opgedragen om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, moet een dwangsom van €100 worden betaald, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van €50. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de beslistermijn tot 1 juli 2024 geldt, conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023.