ECLI:NL:RBMNE:2023:2353
Rechtbank Midden-Nederland
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waardebepaling met toekenning immateriële schadevergoeding en proceskosten
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waardes van zes appartementen in een woonwijk te [plaats 1], gebouwd in 2016, die door de heffingsambtenaar waren vastgesteld voor het belastingjaar 2021. Na bezwaar waren de waardes van vijf woningen verlaagd, maar één woning werd verhoogd. Eiseres stelde beroep in tegen deze waardebepalingen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met taxatiematrices en vergelijkingen met vijf referentiewoningen aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waardes niet te hoog waren vastgesteld. De verschillen in waarde per vierkante meter waren verklaarbaar door kenmerken zoals ligging, oppervlakte en voorzieningen. Het beroep van eiseres om aansluiting te zoeken bij de laagste waarde per vierkante meter werd verworpen.
Daarnaast werd een geschil over de proceskostenvergoeding behandeld. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar terecht geen factor 1,5 toepaste vanwege samenhang van zaken, omdat sprake was van één bezwaarschrift en één beroepschrift. Wel werd een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn met drie maanden. De proceskosten werden vastgesteld op € 837. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor geen griffierechtvergoeding aan eiseres werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardes wordt ongegrond verklaard, met toekenning van € 500 immateriële schadevergoeding en € 837 proceskostenvergoeding aan eiseres.